Bestrijden milieuvervuiling is zaak van goed kiezen

  Nieuws
  Perskamer
  Archief
  Agenda
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  RSS
  Agenda
  Open dagen
  Cursussen
  Promoties & Oraties
  Congressen en symposia

29 sep 2011
Nummer: 065wu

Het beheersen en bestrijden van de vervuiling van ons milieu is zeer complex en loopt tegen tal van fundamentele dilemma’s aan. Om goede keuzes te maken heeft de wetenschap de inbreng van de samenleving nodig voor antwoorden op vragen als welke milieuproblemen het eerst aan te pakken, en welke later. Dat zegt prof. Carolien Kroeze op 29 september bij de aanvaarding van het ambt van persoonlijk hoogleraar Pollution management aan Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR.

In de laatste tientallen jaren is in de wetenschap rond milieu en vervuiling de aandacht verschoven van een enkele vervuilende bron naar vervuiling door een veelvoud van stoffen, alsmede de samenhang daartussen, legt prof. Kroeze in haar inaugurele rede, Dillemmas in Pollution Management, uit. Haar wetenschappelijke discipline heeft een aantal cruciale dilemma’s op tafel gelegd, die laten zien dat er nog vele onbeantwoorde vragen zijn. Veel van die vragen en dilemma’s vragen om een afweging en een keuze door vooral de samenleving en beleidsmakers. Daarbij kan de wetenschap van dienst zijn. Dat afwegingsproces moet dan wel helder en volgbaar zijn. Kroeze noemt in dat verband de assessments van het VN-klimaatpanel IPCC als goed voorbeeld. Ondanks dat klimaatsceptici daar kritiek op hebben, bevatten die zeer bruikbare samenvattingen voor de beleidsmakers.

Kustwateren
Veel milieuproblemen zijn uiterst complex en hebben uiteenlopende consequenties. Het leidt tot de fundamentele vraag welke vervuilingsbron als eerste moet worden aangepakt, of dat alle vervuiling moet en kan worden bestreden. Als voorbeeld noemt Kroeze de eutrofiëring van kustwateren, de overvloed aan meststoffen als stikstof en fosfaat, verantwoordelijk voor onder meer omvangrijke algengroei in deze wateren. Dat leidt tot kwalijke gevolgen als achteruitgang van het ecosysteem, de biodiversiteit en de visstand. Het voorkomen van meststoffen in rivieren verschilt sterk per rivier, blijkt uit onderzoek. Bovendien kunnen zij uit natuurlijke bronnen komen, maar ook als gevolg van menselijk ingrijpen. Daarnaast speelt ook de afvoer van deze stoffen naar zee een rol. Zo hebben stuwdammen, die om andere redenen vaak omstreden zijn, op zich een gunstig effect op de afvoer van meststoffen omdat die stoffen minder kans hebben de kustwateren te bereiken.
Biobrandstof
Een ander cruciaal dilemma dat oplossing behoeft is de vraag wélke milieuproblemen moeten worden opgelost. Neem bijvoorbeeld de keus tussen klimaatverandering en eutrofiëring. Het gebruik van biobrandstof kan een netto gunstig effect hebben op de CO2-uitstoot, maar daar staat tegenover dat de productie van grondstoffen voor biodiesel, of het nu gaat om bijvoorbeeld graan of om algen, grote hoeveelheden kunstmest vraagt, met als gevolg verhoogde eutrofiëring van het oppervlaktewater.

De vraag welke dilemma’s het meest urgent zijn om te worden opgelost, kan niet alleen door de wetenschap worden beantwoord, stelt prof. Kroeze. Het is een subjectieve keuze zegt ze. De wetenschap kan onderzoek en goede analysemethoden aandragen, maar de waardering van de verschillende problemen is subjectief en moet allereerst worden beantwoord door betrokken belanghebbenden en beleidsmakers.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met prof.dr. Carolien Kroeze, tel. 0317 485 070, e-mail bouke.devos@wur.nl, of met Bouke de Vos, Pers- en wetenschapsvoorlichting Wageningen UR, tel. 0317 480 180, e-mail bouke.devos@wur.nl.
Print nieuwsbericht