<rss version="2.0"><channel><title>Wageningen University Nieuws en Agenda</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl</link><copyright>Alle content © 2010 Wageningen UR. Alle rechten voorbehouden.</copyright><description /><managingEditor>kristel.klein@wur.nl</managingEditor><webMaster>kristel.klein@wur.nl</webMaster><generator>wever internet</generator><image><title>Wageningen University</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl</link><url>http://www.wageningenuniversity.nl/wever.internet/images/UNIVERSITY_web-rgb.gif</url><width>250</width><height>43</height><description>Wageningen University</description></image><item><title>Garantie herkomst en kwaliteit moet verkoop biologisch varkensvlees stimulans geven</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/P040.htm</link><pubDate>Fri, 30 Jul 2010 12:13:39 GMT</pubDate><guid>{61B5C035-0E0C-4C1F-BD4A-C8B2F15B9BE9}</guid><description><![CDATA[<P><EM>Gezamenlijk persbericht van De Groene Weg, Nedap, IPG en Wageningen University</EM></P>
<P><STRONG>Het volledig kunnen garanderen van herkomst en kwaliteit van biologisch varkensvlees over de hele productieketen, tot in het schap van de winkel, is het doel van een garantiesysteem dat door De Groene Weg, Nedap, IPG en Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, gezamenlijk wordt ontwikkeld in het project TIVO. Deze innovatie moet de concurrentiekracht van de keten van biologische varkensvlees uit Nederland verder versterken. Zo’n garantie, die op dit moment nog niet mogelijk is, is van groot belang voor het vertrouwen van zowel de consument als de retailsector in biologisch vlees en zal daarom het marktaandeel vergroten, aldus de partners in dit project.</STRONG> </P>
<P>Het onderzoeksproject TIVO – Traceerbaarheid en Identificatie van Varkens in de Organische keten - ,dat ongeveer drie jaar gaat duren, is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling  en vanuit de provincie Gelderland. Food Valley heeft bemiddeld in het contact met deze instanties. Naast De Groene Weg en Wageningen University nemen ook Nedap, Nederlandse Apparaten fabriek, en IPG, Institute for Pig Genetics, deel. De partners in TIVO willen met hun samenwerking laten zien hoe in de regio Oost-Nederland op duurzame en innovatieve wijze biologisch varkensvlees kan worden geproduceerd. </P>
<P>In het TIVO-project wordt niet alleen een organisatorische infrastructuur ontwikkeld, waarbij alle partijen in de keten hun informatie uitwisselen en processen op elkaar afstemmen, maar ook een technische infrastructuur. Die laatste is onder meer gebaseerd op elektronische identificatie en DNA-identificatie.</P>
<P>Elektronische identificatie is gericht op de gang van het varken van het primaire productiebedrijf tot het als karkas in het slachthuis hangt. Elektronische identificatie maakt het mogelijk om diverse gegevens van het individuele varken automatisch en efficiënt te verzamelen, gegevens te koppelen van diverse bronnen op individuele basis en daarmee verbeterde ketenmanagementinformatie te verzamelen.<BR><BR>DNA-identificatie is gericht op het vervolgtraject, inclusief het vlees in het winkelschap, zodat ook het stukje vlees herleid kan worden naar het varken, het bedrijf van herkomst en/of de vader en moeder van het varken. Hiermee is de traceerbaarheid van het varkensvlees maximaal. Tevens kan op die manier de kwaliteit en herkomst van het vlees aan de consument worden gegarandeerd.</P>
<P><STRONG>Vier partners</STRONG><BR>De Groene Weg BV (DGW), te Groenlo, is regisseur van de biologische varkensketen in Nederland en tevens Europees marktleider in het inkopen, produceren en verwaarden van biologisch rund- en varkensvlees met name in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Voor haar biedt het TIVO-project mogelijkheden om op termijn garanties te kunnen geven over de biologische herkomst aan met name de grootschalig inkopende partijen in retail en foodservice op de Noordwest-Europese markt.<BR><BR>Nedap NV, te Groenlo, houdt zich al meer dan dertig jaar bezig met het verzamelen en verwerken van individuele diergegevens door middel van elektronische identificatie. Het verzamelen van data rondom een individueel dier van boerderij tot slachthuis zal op een eenduidige en eenvoudige manier moeten gebeuren. Voor Nedap ligt hier binnen het TIVO-project de kans om technieken,producten en de bijbehorende infrastructuur zo te ontwikkelen dat ze hiervoor geschikt zijn. <BR>IPG BV (Institute for Pig Genetics), te Beuningen, is het kennis- en informatiecentrum voor fokkerij en KI-programma’s. Op basis van haar foktechnische administratie, waarin meer dan een miljoen fokvarkens over 25 landen jaarlijks worden geregistreerd en gevolgd vanaf geboorte, richt IPG zich binnen TIVO op een database en de opzet van een informatiemanagementsysteem voor ketenoptimalisatie.<BR><BR>De betrokken groepen Management Studies en Operations Research and Logistic van Wageningen University hebben veel expertise op het gebied van ketenmanagement en innovatie rond productieketens in verschillende toepassingsgebieden en in verschillende landen en continenten. Wageningen Universiteit zal zich met name richten op het ketenbreed inrichten en optimaliseren van informatieverzameling en –uitwisseling.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Landelijk grote verschillen in aantallen wespen</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/N100730.htm</link><pubDate>Fri, 30 Jul 2010 12:01:00 GMT</pubDate><guid>{BFB7A353-6528-44A6-8765-A9FD913A08A6}</guid><description><![CDATA[<STRONG>Landelijk zijn er grote verschillen in gemelde aantallen wespennesten. In het westen van het land worden ruim de helft meer wespennesten gemeld dan vorig jaar terwijl de aantallen in het oosten juist minstens gehalveerd zijn. Het ontbreken van nachtvorst in het westen halverwege april lijkt de oorzaak van de grote verschillen. Ook ligt de ontwikkeling van de wespennesten in het westen enkele weken voor op die van vorig jaar terwijl de ontwikkeling in het midden en oosten juist ruim achter ligt op vorig jaar. De Natuurkalender verwacht dat in de tweede helft van augustus de wespenoverlast het grootst is.</STRONG><BR><BR>Vorig jaar is op veel plaatsen overlast geweest van wespen. Het gunstige voorjaar heeft de wespen toen in de kaart gespeeld. De afgelopen dagen zijn via <A href="http://www.natuurkalender.nl">www.natuurkalender.nl</A> diverse meldingen van de eerste wespen op zoetigheid binnen gekomen. Dit duidt erop dat er al wespennesten zijn waarin het aantal larven aan het afnemen is terwijl het aantal werksters nog toeneemt. Larven scheiden in ruil voor voedsel een zoetstof af voor de werksters. Als er naar verhouding minder larven zijn en dus minder zoetstoffen, gaan werksters op zoek naar andere bronnen van zoetigheid. Dit betekent dat de tijd met kans op wespenoverlast voor de deur staat. <BR><BR>Om een goede inschatting van het moment van overlast te geven moeten we eerst naar het voorjaar kijken. Uit de waarnemingen van de ‘eerste wesp’ die via De Natuurkalender zijn doorgegeven concluderen we dat vanaf 17 maart de eerste koninginnen uit hun winterslaap kwamen en met de ontwikkeling van hun nesten begonnen. In voorgaande jaren en vooral in 2008, waren er als gevolg van hoge temperaturen in januari en februari al ruim voor half maart meer eerste wespenmeldingen. Door de koude winter bleven de vroege meldingen dit jaar uit. De landelijke piek van de eerste meldingen kwam dit jaar uit op 14 april. De piek van de eerste meldingen was ten opzichte van 2009 en 2008 maar een paar dagen later. Door de relatief hoge temperaturen in de tweede helft van maart werden relatief veel koninginnen versneld wakker. Tijdens de extreem warme start van 2007 lag de piek twee weken eerder dan dit jaar.<BR><BR><STRONG>Grote verschillen</STRONG><BR>Op basis van ervaringen uit de voorgaande jaren weten we dat de mate van wespenoverlast en het moment waarop de overlast optreedt per regio sterk kan verschillen. Om een goed beeld te krijgen van verschillen in aantal wespennesten en de stand van de ontwikkeling hebben we bestrijdingsbedrijven in verschillende delen van het land benaderd. Daaruit blijkt dat er ook dit jaar weer grote verschillen zijn.<BR><BR><STRONG>Nachtvorst in april</STRONG><BR>De vraag is natuurlijk wat de grote verschillen tussen de provincies verklaart. Traas Ongediertebestrijding vermoedt dat het iets te maken heeft met een verschil in de hoeveelheid nachtvorst tussen de verschillende regio’s op het moment dat de wespenkoninginnen kwetsbaar waren. Als we naar het temperatuurverloop in de verschillende provincies kijken dan zien we dat er, na de sterke temperatuurstijging half maart, tussen 10 en 24 april in verschillende delen van het land weer nachtvorst werd geregistreerd. Dit was de periode dat veel koninginnen uit winterslaap kwamen. Ze zaten net in hun meest kwetsbare periode.<BR><BR><STRONG>Overlast half augustus</STRONG><BR>Op basis van het model dat de Natuurkalender hanteert, en dat de ontwikkeling van wespennesten berekent, in combinatie met de waarnemingen op Natuurkalender.nl, concluderen we dat de behoefte van wespen aan zoetigheid vanaf halverwege augustus een piek zou kunnen bereiken. In het westen van het land ligt de piek gezien de hierboven beschreven ontwikkelingen waarschijnlijk eerder. De overlast die de wespen (zullen) veroorzaken is naast het aantal wespen in grote mate afhankelijk van de weersomstandigheden in de komende weken. Bij mooi weer zitten de mensen meer buiten met allerlei zoetigheden, waardoor er meer kans is op contact met wespen. Het lijkt er wel op dat de kans op overlast in het westen van het land groter zal zijn dan in het oosten van Nederland.<BR><BR><FONT size="1">De Natuurkalender is een nationaal educatief/wetenschappelijk waarnemingsprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de effecten van klimaatverandering op de jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur. De Natuurkalender is in 2001 van start gegaan op initiatief van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, en VARA's Vroege Vogels. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door een aantal organisaties en bedrijven. Waarnemingen kunnen door iedereen aangeleverd worden.</FONT>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Veenmos lanceert sporen met ongekend grote versnelling</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Sphagnum100723.htm</link><pubDate>Fri, 23 Jul 2010 07:46:53 GMT</pubDate><guid>{5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Veenmossen van het geslacht <EM>Sphagnum</EM> lanceren hun sporen met de ongekend grote versnelling van 36.000 maal de zwaartekracht, de hoogst bekende g-waarde in de plantenwereld. Sphagnum kan zijn sporen tot vijftien à twintig centimeter hoog schieten zodat de sporen zich verspreiden. In <EM>Science</EM> beschrijven Amerikaanse onderzoekers het proces van de lancering en hoe de sporen zo hoog kunnen komen. De Wageningse hoogleraar Johan van Leeuwen, deskundige op het gebied van biomechanica, beschrijft in een aanvullend artikel hoe het wegschieten van de sporen in zijn werk gaat en welke versnelling ze daarbij halen.</STRONG></P>
<P><EM>Sphagnum</EM> mossen (ca. 285 soorten) bedekken ongeveer een procent van het land op aarde en komen vooral voor in hoogveengebieden, en wordt bijvoorbeeld gebruikt als orchideeëngrond. Het mos legt naar verhouding veel CO2 vast, waarschijnlijk meer dan enig ander plantengeslacht op het land. Het veenmos kan zich succesvol voortplanten door zijn minuscule sporen – 22 tot 45 micrometer – te laten verspreiden door de wind. 20.000 tot 24.000 sporen zitten in een bolvormig doosje van 2 mm diameter, op een steeltje van ongeveer een centimeter hoog. Voor de goede verspreiding van de sporen via de wind is het echter nodig dat ze minmaal tien centimeter boven de grond uitkomen. Het is al langer bekend dat het sporendoosje functioneert als een miniatuurluchtdrukpistool dat het sporenwolkje met een hoorbaar knalletje tot een hoogte van vijftien à twintig centimeter kan schieten.<BR><STRONG><BR><A href="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111977/039wuSporeCapsule_vol_VanLeeuwen_web.jpg" target="_blank"><IMG height="350" alt="" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111977/039wuSporeCapsule_vol_VanLeeuwen_web1.jpg" width="250" align="left" vspace="5" border="0" longDesc=""></A><A href="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111978/039wuSporeCapsule_leeg_VanLeeuwen_web.jpg" target="_blank"><IMG height="250" alt="" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111978/039wuSporeCapsule_leeg_VanLeeuwen_web1.jpg" width="257" align="right" vspace="5" border="0" longDesc=""></A><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR><BR>Sporendoosje van het veenmos <EM>Sphagnum fimbriatum</EM> in een gesloten en geopende toestand. <BR><FONT size="1">(<EM>foto's Johan L. van Leeuwen</EM>)</FONT></STRONG></P>
<P><STRONG><BR><BR>Supersnel<BR></STRONG>In het julinummer van <EM>Science</EM> beschrijven de Amerikaanse onderzoekers Dwight Whitaker en Joan Edwards het lanceringsproces, dat zich voltrekt in tienden van milliseconden. Zij namen het uitschieten van de sporen op met een high-speed videocamera, met snelheden van 10.000 tot 100.000 beelden per seconde. Zij constateerden dat de sporen met meer dan honderd kilometer per uur omhoog schieten. Dat zij zo hoog kunnen komen, is omdat de sporen en masse wegschieten. Daardoor ontstaat een ringwerveltje - te vergelijken met de ringwerveltjes die rokers soms uitblazen – dat een veel grotere impuls heeft dan een enkele spore en daardoor ook veel langzamer afremt. Een enkele spore zou door de hoge wrijvingsweerstand slechts enkele millimeters ver komen. Na de explosie zorgt dezelfde hoge wrijvingsweerstand ervoor dat de lichte sporen slechts zeer langzaam dalen, waardoor turbulente wind ze over vele kilometers kan verspreiden. </P>
<P><STRONG>36.000 g</STRONG><BR>Op verzoek van de Science-redactie beschrijft de Wageningse hoogleraar Experimentele zoölogie, prof. Johan van Leeuwen, deskundige op het gebied van biomechanica, in hetzelfde nummer hoe het afschieten in zijn werk gaat. Het wegschieten van sporen volgt op het ontstaan van een grote overdruk in het sporendoosje ten opzichte van de omringende lucht – tot wel vier atmosfeer. Dat doosje krimpt onder invloed van de zon, waardoor de inhoud afneemt en de lucht die zich onderin het doosje bevindt wordt samenperst. Op de top van het doosje bevindt zich een dekseltje dat door de interne druk wegschiet. Hierdoor krijgt de opgebouwde luchtdruk vrij spel op de massa sporen.<BR><BR><A href="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111976/039wu_web_Sporenlancering_schema_VanLeeuwen_Ned.jpg" target="_blank"><IMG style="WIDTH: 520px; HEIGHT: 281px" height="294" alt="" src="/NR/rdonlyres/5AC8C6E5-80ED-4E0E-AF00-28135D794932/111976/039wu_web_Sporenlancering_schema_VanLeeuwen_Ned1.jpg" width="519" border="0"></A><BR><STRONG><EM><FONT size="1">Schema: Johan L. van Leeuwen</FONT></EM></STRONG><BR><BR>Van Leeuwen berekende de versnelling waarmee het afschieten gaat als gevolg van de inwendige luchtdruk in het sporendoosje. Via een eenvoudig rekenmodel voorspelde hij een startversnelling van 32.000 g. Die versnelling neemt snel af door het omlaaggaan van de luchtdruk tijdens het afschieten. De beelden van Whitaker en Edwards analyserend kwam hij zelfs op een waarde van 36.000 g, voor zover bekend de hoogste waarde ooit gemeten in de plantenwereld. G (van gravitatie) is de versnelling van de zwaartekracht. Ter vergelijking, de mens raakt al bewusteloos bij een versnelling van 10 g.</P>
<P>Daarnaast vroeg Van Leeuwen zich af hoeveel lucht en hoeveel sporen er in het doosje zouden moeten zitten om de aanmaak en verspreiding van de sporen optimaal te maken. Zijn voorspelling van een sporenvulling met 54 procent van het sporendoosjes vlak voor de explosie bleek goed overeen te komen met de gevonden waarden van iets meer dan vijftig procent.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Warm weer zorgt voor massale bloei van zeevonk in de Noordzee</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/P037.htm</link><pubDate>Thu, 15 Jul 2010 14:34:17 GMT</pubDate><guid>{AAAC6100-1168-4D60-99FD-EBE1B49DDFB5}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>In het Nederlandse en Belgische deel van de Noordzee hebben zeeonderzoekers de afgelopen dagen een massale bloei van de zeevonk waargenomen. De tot één millimeter grote algen die in de branding kunnen oplichten, zijn op diverse plaatsen over grote oppervlakten door zeeonderzoekers gesignaleerd. Het is een natuurlijk verschijnsel.</STRONG></P>
<P>De onderzoekers van IMARES, onderdeel van Wageningen UR, deden de <A href="/NR/rdonlyres/AAAC6100-1168-4D60-99FD-EBE1B49DDFB5/111484/037wurFotoRichardWitte.jpg" target="_blank"><IMG height="200" alt="Foto: Richar Witte" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/AAAC6100-1168-4D60-99FD-EBE1B49DDFB5/111484/037wurFotoRichardWitte1.jpg" width="300" align="right" vspace="5" border="0" longDesc="Zeevonk"></A>waarnemingen vooral ten noorden van Terschelling tijdens het tellen van bruinvissen vanuit de lucht. Wetenschappers van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM/KBIN) in België, troffen de oranjerode tot witte ‘brij’ aan tijdens toezichtsvluchten in grote delen van het zeegebied tussen Oostende en De Panne, tot twintig mijl uit de kust .</P>
<P>De zeevonk <EM>Noctiluca scintillans</EM> is een grote eencellige alg met een diameter van 0,5 tot 1 millimeter, die voorkomt in zeewater. Deze zogenaamde dinoflagellaat ziet er uit als een klein doorzichtige ballonnetje met een staartje aan de achterkant. De massale bloei lijkt op vervuiling van het zeewater. De algenbloei is echter een natuurlijk verschijnsel dat vooral optreedt tijdens kalm en warm weer in juni en juli. Door het drijfvermogen en het meestentijds rustige weer van afgelopen week stegen de algen massaal op naar het zeeoppervlak. De rode kleur wordt veroorzaakt door het pigment in de cellen.</P>
<P><STRONG>Nachtlichtje<A href="/NR/rdonlyres/AAAC6100-1168-4D60-99FD-EBE1B49DDFB5/111485/037wurZeevonkvanutideLuchtfotoBBM.jpg" target="_blank"><IMG height="200" alt="Foto: BMM" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/AAAC6100-1168-4D60-99FD-EBE1B49DDFB5/111485/037wurZeevonkvanutideLuchtfotoBBM1.jpg" width="300" align="left" vspace="5" border="0" longDesc=""></A><BR></STRONG>Strandbezoekers kennen <EM>Noctiluca</EM> vooral als de ‘lichtende zee’. Het breken van de golven brengt de alg in beweging, waardoor hij via een chemische reactie licht gaat geven. Onderzoekers veronderstellen dat de alg daardoor zijn predatoren, zoals garnalen, afschrikt en ze daarmee tegelijkertijd zichtbaar maakt voor hongerige vissen. De officiële naam van zeevonk <EM>Noctiluca</EM> scintillans, betekent letterlijk ‘flitsend nachtlichtje’. Vroeger luidde zijn naam nog poëtischer: <EM>Noctiluca miliaris</EM>, ofwel 'duizend nachtlichtjes'.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Meer samenwerken bij luchtkwaliteitmetingen</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/N.htm</link><pubDate>Thu, 15 Jul 2010 11:50:18 GMT</pubDate><guid>{6DF06C98-1885-42DE-9CBD-67DC7C149E22}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Acht Nederlandse kennisinstituten, waaronder Wageningen UR, met de onderdelen Wageningen University en Alterra, hebben een nieuwe overeenkomst getekend om meer samen te werken op het gebied van klimaat en luchtkwaliteitmetingen. Zo wil dit zogenaamd CESAR-consortium meer data uitwisselen en gezamenlijk aan projecten deelnemen.</STRONG></P>
<P>CESAR is een samenwerkingsverband tussen RIVM, TU Delft, TNO, ECN, Wageningen University, ESA en KNMI. In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst hebben de instituten binnen CESAR afspraken gemaakt over gezamenlijke deelname in Europese projecten, over het delen van elkaars data en over het organiseren van intensieve meetcampagnes. </P>
<P>De meetgegevens zijn beschikbaar via de Cesar database: <A href="http://www.cesar-database.nl/">http://www.cesar-database.nl/</A></P>
<P>Het centrale punt van dit CESAR-consortium (Cabauw Experimental Site for Atmospheric Research) is de KNMI-meetmast in Cabauw. De 213 meter hoge meetmast wordt gebruikt om op verschillende hoogtes de gesteldheid van de atmosfeer te meten zoals wolken, aerosolen (fijnstof), temperatuur, vocht. Deze metingen van allerlei soorten meetinstrumenten zijn essentieel om een beter begrip te krijgen van het weer, het klimaat en de verspreiding van luchtvervuiling. </P>
<P>Voorbeelden van meetinstrumenten op de KNMI-meetmast zijn de Lidar en Drizzle Radar. De Lidar-metingen zijn van groot belang geweest bij het traceren en meten van de aswolk uit de IJslandse vulkaan. De Drizzle Radar – ontwikkeld door TU Delft – is een zeer gevoelige neerslagradar die fijne motregen kan waarnemen in een gebied van dertig kilometer rondom de meetmast.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Zuinig zijn op groen bespaart ook geld</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Groen100712.htm</link><pubDate>Mon, 12 Jul 2010 13:11:51 GMT</pubDate><guid>{78E54454-A440-46D9-BAA4-567F74AD849B}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Alterra, onderdeel van Wageningen UR, bepleit een nieuw natuurbeleid<BR>gebaseerd op de nuttige functies van natuur en landschap. Niet bescherming van soorten staat daarbij centraal, maar het blijvend en optimaal functioneren van ecosysteemdiensten.</STRONG></P>
<P>Het pleidooi voor nadruk op ecodiensten schrijven onderzoekers van Alterra in het boekje Natuur voor iedereen: participeren, investeren en profiteren. Natuurbeleid is nu vooral gericht op bescherming in reservaten, licht medeauteur Kees Hendriks toe. Maar dat alleen is volgens hem niet genoeg om de biodiversiteit veilig te stellen. Ook buiten de ecologische hoofdstructuur en Natura-2000 gebieden is volop natuur aanwezig. Natuur die we niet als reservaat moeten beheren, maar als natuur waar iedereen van kan profiteren. </P>
<P><STRONG>Prijskaartje</STRONG><BR>En dat kan volgens Hendriks en collega’s het beste door natuur te zien als leverancier van zogenoemde ecosysteemdiensten. Dat zijn diensten als voedselproductie, het  leveren van schoon water en schone lucht, recreatie, en welzijn. Aan die diensten hangt nu meestal geen keihard prijskaartje. Maar dat moet veranderen. ‘Want gratis zijn ze zeker niet’, legt Hendriks uit. ‘Het is gratis zolang zo’n dienst goed functioneert. Maar als je dat verprutst, kost het veel geld om het te herstellen.’<BR><BR>‘Je moet in feite de verborgen kosten en (vooral) baten van ecosysteemdiensten zichtbaar maken. Neem de waterzuivering: je kunt kiezen voor een technologische oplossing door zuivering in een betonnen bak, maar je kunt ook investeren in een rietkraag als heliofytenfilter. Dat laatste levert naast waterzuivering ook een stapeling op van andere diensten zoals natuur, wateropvang en recreatie.’<BR><BR>Nieuw natuurbeleid vereist volgens Hendriks een ‘omslag in het denken’. Van een defensieve natuurbeschermingin reservaten naar een meer economische benadering van natuur als reservoir van nuttige functies voor de samenleving. Functies waar op de een of andere manier door de gebruiker voor betaald moet worden. Die nutsfunctie van natuur verschilt van plek tot plek. Hendriks en collega’s delen Nederland daarom op in drie landschappen: natuurlandschap, landbouwlandschap en multifunctioneel landschap. Elk met zijn eigen gebruiksfuncties. ‘Het is een schets van hoe Nederland er over tientallen jaren uit zou kunnen zien, gebaseerd op ontwikkelingen die gaande zijn. Die driedeling is handig om te kunnen sturen op ecosysteemdiensten die voor dat gebied van belang zijn.’</P>
<P>Zo’n nieuwe benadering vergroot volgens Alterra ook het draagvlak voor natuur. ‘Mensen moeten beseffen dat natuur niet alleen maar mooi is en om van te genieten. Natuur is ook bruikbaar en kan geld opleveren. Dus moet je er zuinig op zijn.’ | Roelof Kleis<BR><BR><FONT size="1">Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het blad voor Wageningen UR (University & Research centre). Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: </FONT><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="mailto:pers.communicatie@wur"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt"><FONT color="#003366">pers.communicatie@wur</FONT></SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"> of bij de redactie van Resource, e-mail: </SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="mailto:resource@wur.nl"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt"><FONT color="#003366">resource@wur.nl</FONT></SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial">. Zie ook </SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="http://www.resource.wur.nl/"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366">www.resource.wur.nl</SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial">.</SPAN></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Wagenings commentaar: Schol floreert weer</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Schol100712.htm</link><pubDate>Mon, 12 Jul 2010 13:02:33 GMT</pubDate><guid>{4EACD3C5-5E3E-4395-9E18-4D0A88BCDC7F}</guid><description><![CDATA[<STRONG>De Noorzee zit tjokvol schol. Het bestand is bijna net zo groot als in de jaren 80. Ruim 400 duizend ton. Volgens Jan Jaap Poos, visserijbioloog bij Imares, onderdeel van Wageningen UR, heeft de verminderde visserijdruk flink aan het herstel van de populatie bijgedragen. De vissers zetten vraagtekens bij de onderzoeksmethoden.<BR><BR></STRONG>‘Het gaat weer goed met de schol in de Noordzee. Het totale scholbestand is de laatste vijf jaar behoorlijk gegroeid. Na een recordbestand midden jaren tachtig zorgde een combinatie van factoren tien jaar later voor een forse dip. Er was minder aanwas van jonge vis en er werd veel gevist. Maar sinds 2002 is de sterfte door de visserij weer fors afgenomen. De visquota werden kleiner en de vissersvloot kromp in. Bovendien was de prijs van schol laag, waardoor het minder loonde om op die soort te vissen. De vissers richtten zich daarom meer op de veel duurdere tong. <BR>‘We zitten nu in een overgangsfase van het visserijbeheer. Lange tijd waren de toegewezen vangstquota niet alleen afhankelijk van het biologisch advies, maar ook van het politieke spel. De uiteindelijke quota waren daardoor vaak hoger dan de adviezen. Vanaf 2007 is er echter een EU-beheerplan voor schol, en ook voor tong. Dat moet ervoor zorgen dat de bestanden van deze vissoorten toenemen. Basis van dit plan is een sterke vermindering van de visserijdruk. <BR><BR>‘Jaarlijks werd ongeveer 60 procent van de populatie schol opgevist. Dat is nu dankzij het beheerplan minder dan 30 procent. Ruwweg komt dit neer op 120 duizend ton. Omdat zo’n 40 tot 50 procent van de totale vangst te klein is voor de verkoop en dood overboord gaat, komt het huidige quotum verkoopbare schol neer op ruim 70 duizend ton. De EU wil per 2015 het principe van de ‘maximale duurzame oogst’ hanteren. Als je die principes nu al zou toepassen, zou het scholquotum iets lager uitvallen: maximaal 64 duizend ton.’<BR><BR>‘De kritiek van de vissers op onze methoden om het bestand te schatten, zijn begrijpelijk. Die schattingen zijn gebaseerd op modellen die op basis van steekproeven de paaipopulatie berekenen. Dat brengt altijd een bepaalde onzekerheid met zich mee. Daarom is het niet verwonderlijk dat schattingen later bijgesteld moeten worden met nieuwe informatie. Vissers zien die bijstellingen als “fouten”; biologen daarentegen als een logisch gevolg van onzekerheden in schattingen. Voor schol bleek achteraf dat we het bestand te laag hadden ingeschat, maar voor tong was die juist te hoog.’ | Hans Wolkers<BR><BR><FONT size="1">Bovenstaand bericht is geproduceerd door de redactie van Resource, het blad voor Wageningen UR (University & Research centre). Meer informatie bij Pers- en wetenschapsvoorlichting van Wageningen UR, e-mail: </FONT><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="mailto:pers.communicatie@wur"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt"><FONT color="#003366">pers.communicatie@wur</FONT></SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"> of bij de redactie van Resource, e-mail: </SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="mailto:resource@wur.nl"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt"><FONT color="#003366">resource@wur.nl</FONT></SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial">. Zie ook </SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 9pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial"><A href="http://www.resource.wur.nl/"><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366">www.resource.wur.nl</SPAN></A></SPAN><SPAN style="FONT-SIZE: 7.5pt; COLOR: #003366; FONT-FAMILY: Arial">.</SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Rivierengebied weer geschikt als leefgebied voor otters</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Rivierengebied_weer_geschikt_als_leefgebied_voor_otters.htm</link><pubDate>Mon, 12 Jul 2010 11:43:31 GMT</pubDate><guid>{D30C7958-9300-4A51-A907-0272262D5613}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>De eerste otters hebben al op eigen kracht het IJsseldal bereikt, vanuit de Kop van Overijssel waar zij in 2002 zijn uitgezet. Recent onderzoek toont nu aan dat het hele rivierengebied van Rijn en Maas weer geschikt is als leefgebied voor de otter. Er zijn nog wel een paar migratieknelpunten die moeten worden opgelost.</STRONG></P>
<P>Op 14 juli overhandigt gedeputeerde Harry Keereweer van de provincie Gelderland het onderzoekrapport aan de dijkgraven van de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland, Groot Salland en Veluwe, aan Rijkswaterstaat en aan het Wereld Natuur Fonds. In het onderzoek van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, ARK Natuurontwikkeling en Kurstjens ecologisch adviesbureau zijn alle Rijntakken (IJssel en Oude IJssel, Neder-Rijn, Waal en Gelderse Poort) bekeken op hun kansen voor de otter. De conclusies zijn positief.</P>
<P>Alterra-onderzoeker Hugh Jansman: “De otters die we in de Kop van Overijssel hebben uitgezet doen het daar inmiddels zo goed, dat al dieren uitwijken naar nieuwe leefgebieden. Uit onze analyse komt naar voren dat in de Gelderse Poort en de uiterwaarden van de IJssel en de Waal in potentie genoeg ruimte is voor een otterpopulatie van ieder zo’n 30 dieren. Het belangrijkste aandachtspunt is de verkeersgevoeligheid van otters. Otters lopen als oeverbewonend zoogdier een aanzienlijk risico om bij het oversteken van wegen overreden te worden. Toch liggen er goede kansen, mits er serieus werk wordt gemaakt van ontsnippering. Als in potentieel ottergebied bijvoorbeeld een beek kruist met een verkeersweg, kan dit knelpunt worden verholpen met de aanleg van loopplanken onder de brug in combinatie met een geleidend raster. Zo kunnen otters veilig passeren.”<BR> <BR>Daarnaast komen de onderzoekers met de aanbeveling om naast de otterpopulatie in Noordwest-Overijssel en Zuidoost-Friesland minstens één extra kernpopulatie te ontwikkelen van zo’n 50 otters. “Dit is van groot belang voor de genetische diversiteit van de reeds bestaande populatie in Nederland,” zegt Hugh Jansman. “Bijplaatsing van otters langs de IJssel en in de Gelderse Poort ligt daarbij het meest voor de hand, omdat de eerste otters uit de Kop van Overijssel het IJsseldal al gekoloniseerd hebben. Onze aanbevelingen sluiten aan bij het internationale ontwikkelingsperspectief van de otter: het rivierengebied vormt namelijk de schakel tussen populaties in Noord-Nederland en de Ardennen. De terugkeer van de otter vormt de kroon op het werk aan ecologisch herstel van de grote rivieren en beken.”<BR> <BR>>> <A href="http://www.otter.wur.nl/NL/" target="_blank">Meer informatie over de monitoring van de herintroductie van de otter in Nederland.</A> </P>
<P> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Weer 150 extra wooneenheden beschikbaar voor studenten</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Weer_150_extra_wooneenheden_beschikbaar_voor_studenten.htm</link><pubDate>Fri, 09 Jul 2010 12:20:53 GMT</pubDate><guid>{94F95B89-6EC2-468D-8748-294BF9A5452C}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Hotel Hof van Wageningen gaan in het nieuwe studiejaar tenminste 150 studenten tijdelijk huisvesten. Met name internationale studenten zullen van deze voorziening profiteren. <BR></STRONG><BR>De appartementen van het hotel op de Stadsbrink zullen voor de studentenhuisvesting geschikt gemaakt worden. Namens Wageningen University ondertekende Tijs Breukink op vrijdag 9 juli de overeenkomst met het hotel. In de loop van augustus zullen de eerste studenten de appartementen betrekken. Deze tijdelijke voorziening komt in de plaats van de vakantiebungalows in Hoenderlo, die de afgelopen twee jaar hebben gefungeerd als tijdelijk opvang in de piekperiode. Het is overigens niet zeker dat alle opvang nu in Wageningen gerealiseerd kan worden, omdat het aantal aanmeldingen voor een Wageningse mastersopleiding ook dit jaar weer verder lijkt toe te nemen.</P>
<P>De appartementen op de Stadsbrink, vlak bij het centrum van Wageningen, worden gemeubileerd aangeboden en de studenten kunnen een lakenpakket aanschaffen dat ze mee kunnen nemen bij doorstroom naar de reguliere huisvesting van Idealis. Ook worden internetverbindingen aangelegd en er zullen parkeerplaatsen voor fietsen komen. De studenten betalen €  11 per nacht all in. Deze prijs is marktconform en vergelijkbaar met de huur van  Idealis-eenheden.</P>
<P><A href="/NR/rdonlyres/94F95B89-6EC2-468D-8748-294BF9A5452C/111122/HofvanWageningen6.jpg" target="_blank"><IMG border="0" hspace="0" alt="" align="right" src="/NR/rdonlyres/94F95B89-6EC2-468D-8748-294BF9A5452C/111122/HofvanWageningen7.jpg" width="250" longDesc="" height="183"></A>Eerder dit jaar werd de tijdelijke huisvesting (251 eenheden) aan de Haarweg in gebruik genomen en opende Idealis een complex met 15 wooneenheden aan de Haarweg. In totaal zullen er in september nu meer dan 500 eenheden meer beschikbaar zijn voor studentenhuisvesting dan bij het begin van het studiejaar 2009-2010. In september opent Idealis bovendien haar nieuwe complex in het centrum van Wageningen, waardoor nog eens meer dan dertig eenheden beschikbaar komen. De groei van het aantal studenten blijft aanhouden, waardoor er nog steeds behoeft blijft aan uitbreiding van huisvestingsmarkt. Wageningen University is daarom – samen met de kamerbalie – begonnen met een advertentiecampagne in de regio. </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Winkel op de boerderij heeft toekomst</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Winkel_op_de_boerderij_heeft_toekomst.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:13:20 GMT</pubDate><guid>{B7616915-2FB2-4DFA-978F-D26B1DDC517D}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>De consument verkiest doorgaans de supermarkt boven een boerderijwinkel. Boeren kunnen consumenten verleiden tot meer aankopen door het assortiment uit te breiden en door beter bereikbaar te zijn. Ook samenwerken met de plaatselijke supermarkt kan de verkoop stimuleren.</STRONG><BR><BR>Uit onderzoek van Wageningen UR blijkt dat consumenten positief zijn over het kopen van producten op de boerderij. Maar winkelen in de supermarkt beschouwen zij als makkelijker en dichterbij. Hierdoor is het aantal aankopen in de boerderijwinkel nog beperkt.<BR><BR>De laatste jaren neemt ‘Food op de boerderij’, oftewel boerderijverkoop, steeds professionelere vormen aan. De boerderijwinkel onderscheidt zich van de supermarkt door kennis van zaken, betrouwbaarheid, klantvriendelijkheid, smaakvolle en mooie producten en genieten. De meest gekochte producten zijn groente, fruit, eieren en aardappelen. De belangrijkste aankoopmotieven zijn prijs, smaak en kwaliteit. Ook worden ‘vers’ en ‘lekker’ veel genoemd. In de ogen van consumenten vormen vooral afstand en de gelegenheid (om naar de boerderij te gaan) drempels voor het kopen op de boerderij.<BR><BR><STRONG>Boerderijbezoek</STRONG><BR>De belangrijkste redenen voor een bezoek aan de boerderij zijn de dieren, een veilige omgeving, de boer(in) zelf, huisverkoop en zelf kunnen zien hoe voedsel wordt gemaakt. De meeste bezoekers vinden de bezochte bedrijven authentiek. Het bezoek aan de boerderij is voor veel mensen belangrijker dan de manier (biologisch of niet-biologisch) waarop geproduceerd wordt.</P>
<P><STRONG>Bevorderen boerderijverkoop</STRONG><BR>Om de boerderijverkoop te stimuleren krijgen agrarisch ondernemers de volgende tips:</P>
<UL>
<LI>Houd bestaande bezoekers vast en tevreden door het productaanbod uit te breiden en meer producten op voorraad te hebben. Let daarbij goed op de dieren, een veilige omgeving, klantgerichtheid, transparantie van het productieproces en de producten zelf. 
<LI>Maak gebruik van het feit dat je aanvullend bent op de supermarkt. Ontwikkel samen met de (plaatselijke) supermarkt strategieën om supermarkt en boerderijverkoop als een win-winsituatie neer te zetten. 
<LI>Wees je bewust dat biologisch niet hét argument is voor de klant. Dierenwelzijn, milieuvriendelijkheid, klantvriendelijkheid, smaak etc. wegen zwaarder. 
<LI>Achterhaal wat de consument als belemmering ervaart om de boerderijwinkel te bezoeken en maak het hem/haar makkelijker door beter bereikbaar te zijn, waardoor de frequentie van het shoppen op de boerderij omhoog gaat.</LI></UL>
<P><STRONG>Downloaden rapport</STRONG><BR>Rapport 343: ‘<A href="http://edepot.wur.nl/138512" target="_blank">Food op de boerderij. Consumentenonderzoek naar bedrijfsbezoeken en koopgedrag in de boerderijwinkel</A>’ is gratis te dowloaden.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Twee Wageningers ontvangen subsidie voor opdoen onderzoekservaring</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NR/exeres/7F27D72B-F599-4D95-8301-539DFE0973DA.htm</link><pubDate>Tue, 06 Jul 2010 14:44:14 GMT</pubDate><guid>{7F27D72B-F599-4D95-8301-539DFE0973DA}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Twee jonge Wageningse onderzoekers hebben van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een zgn. Rubicon-subsidie ontvangen. Hiermee kunnen zij als pas gepromoveerde Nederlandse wetenschapper onderzoekservaring opdoen bij een andere universiteit.</STRONG> </P>
<P>De Wageningse toekenningen gaan naar</P>
<P><STRONG>Dorien Kool</STRONG> (1982) van de sectie Bodemkwaliteit van Wageningen UR. Zij gaat twaalf maanden naar de Radboud Universiteit in Nijmegen, afd. Microbiologie.<BR><EM>De wonderlijke stikstofkringloop</EM><BR>Het onderzoeksproject van Dorien Kool betreft de koppeling tussen koolstof en stikstofkringloop. Haar onderzoek zal zich richten op anaerobe oxidatie van methaan. Methaan is het belangrijkste broeikasgas na kooldioxide. Nog maar zeer recent is ontdekt dat bepaalde organismen dit gas onder zuurstofarme (anaerobe) omstandigheden onschadelijk kunnen maken. Dat doen ze door deze omzetting te koppelen aan denitrificatie van nitraat - een proces waarbij nitraat onschadelijk wordt gemaakt. Binnen dit onderzoek zal Dorien Kool proberen verder te ontrafelen hoe en waarom deze bijzondere organismen dat doen. </P>
<P><STRONG>Esther Schnettler</STRONG> (1980) van het Laboratorium voor Virologie gaat gedurende 24 maanden naar de University of Edinburgh (GB), division Infection and Immunity.<BR><EM>De teek als arbovirusvector<BR></EM>Arbovirussen worden overgedragen door muggen en teken. Infecties kunnen resulteren in ernstige ziektes bij mens en dier, zoals knokkelkoorts door het muggen–overdraagbare virus “Dengue Fever” of ontsteking van hersenweefsel door het teken-overdraagbare “tick-borne encephalitis virus”. De geïnfecteerde mug of teek vertoont daarentegen geen ziekteverschijnselen. De mug gebruikt RNA interference (RNAi) om zich te verdedigen tegen virusinfecties. De exacte regulatie en de manier waarop virussen reageren op RNAi in teken, is echter niet bekend. In dit onderzoeksproject zal de onderzoekster met moleculaire technieken en bio-informatica de inductie en het exacte mechanisme van RNAi in teken in kaart brengen met het Langat virus als (veilig) modelsysteem. Tevens onderzoekt zij de RNAi-suppressie van arbovirussen. </P>
<P>Rubicon-subsidies van NWO zijn onder meer bedoeld om jonge, veelbelovende Nederlandse onderzoekers de gelegenheid te geven onderzoekservaring op te doen aan een andere universiteit, meestal in het buitenland, waar zij een tot twee jaar blijven. De hoogte van het subsidiebedrag is afhankelijk van de gekozen bestemming.</P>
<P>In totaal dienden 155 jonge onderzoekers bij NWO een aanvraag in, 31 van hen ontvangen een Rubicon-suvsidie. De aanvragen werden beoordeeld op de kwaliteit van het onderzoeksvoorstel en die van de onderzoeker en van het gastinstituut. Ook de haalbaarheid van het onderzoek en de mobiliteit van de onderzoeker telden mee. Voor de toekenningen ontving NWO cofinanciering via het programma 'Marie Curie Cofund Action' van de Europese Unie.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Opella gaat samenwerken met de Alliantie Voeding Gelderse Vallei</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Opella_gaat_samenwerken_met_de_Alliantie_Voeding_Gelderse_Vallei.htm</link><pubDate>Tue, 06 Jul 2010 14:13:45 GMT</pubDate><guid>{9D65AFC7-3B6E-4B96-8B0C-99D7CCC66168}</guid><description><![CDATA[<P><FONT class="paragraph_titel_2"><FONT size="2"><STRONG>Zorgondernemer Opella is de nieuwe deelnemer in het Consortium van de Alliantie Voeding Gelderse Vallei. Belangrijkste doel van de samenwerking is het verbeteren van de gezondheid van klanten door voortdurende aandacht voor voeding. De Alliantie Voeding Gelderse Vallei is het samenwerkingsverband tussen Ziekenhuis Gelderse Vallei en de afdeling Humane Voeding van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR.</STRONG></FONT> <BR></FONT><STRONG><BR></STRONG>De Alliantie Voeding wil de gezondheid verbeteren van patiënten door aandacht te vragen voor voeding vóór, tijdens en ná behandeling in het ziekenhuis. De Alliantie Voeding bestaat uit Ziekenhuis Gelderse Vallei en de afdeling Humane Voeding van Wageningen University. Met Opella in het Consortium groeien de mogelijkheden voor de afdeling Humane Voeding van Wageningen University om toegepast wetenschappelijk voedingsonderzoek binnen de ouderenzorg uit te voeren. De Consortiumleden leveren financiële ondersteuning en vormen een maatschappelijk klankbord. Naast Opella zitten in dit Consortium FrieslandCampina en DSM.<BR><BR><STRONG>Voedingszorg op maat</STRONG><BR>Opella is een zorgondernemer met 4.000 klanten op de Veluwe. Opella wil mensen van dienst zijn met een groot aantal ondersteunende functies op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Zij biedt ondersteuning aan thuiswonenden, wonen met (intensieve) ondersteuning en zorg rond het levenseinde. Voeding is een essentieel onderdeel van deze diensten. Opella heeft al ervaring opgedaan met de Alliantie Voeding. In een eerder project is het voedingsbeleid van Opella onder de loep genomen. De adviezen voor verbeteringen van het voedingsbeleid zijn meegenomen in de huidige nieuwbouw van de organisatie. </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Duurzame vleesconsumptie vergt omslag in eetcultuur</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Duurzame_vleesconsumptie_vergt_omslag_in_eetcultuur_Persbericht.htm</link><pubDate>Tue, 06 Jul 2010 13:57:34 GMT</pubDate><guid>{F7630D4D-C0D0-495A-B84B-B5EF8880E205}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG><IMG height="220" alt="" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/F7630D4D-C0D0-495A-B84B-B5EF8880E205/110607/2010003.jpg" width="345" align="right" border="0" longDesc="">“Richt je vooral op de grote groep van ‘vleesminderaars’ (part time-vegetariërs) om een minder milieubelastende vleesconsumptie te bevorderen. Verschaf heldere informatie over de relatie tussen vlees en gezondheid en ondersteun campagnes die ertoe bijdragen dat minder vlees eten wordt ervaren als een normaal en vanzelfsprekend eetpatroon”. Dat zijn de aanbevelingen die het LEI, onderdeel van Wageningen UR, doet in een vandaag gepubliceerd onderzoek naar strategieën voor een meer duurzame vleesconsumptie.<BR></STRONG><BR><STRONG>Eetpatroon veranderen</STRONG><BR>De wereldwijde vraag naar vlees en zuivel zal de komende jaren flink stijgen. De productie van dierlijke eiwitten behoort echter tot de meest milieubelastende elementen uit het totale voedselpakket. Overschakelen op een meer duurzaam, plantaardig dieet helpt de milieudruk te ontlasten.<BR><BR>In de Nota Duurzaam Voedsel zet het ministerie van LNV in op een toonaangevende  positie van Nederland op dit gebied. Consumenten worden gestimuleerd hun eetpatronen zodanig te veranderen dat het gedrag van de huidige voorlopers van duurzaam en gezond consumeren over anderhalf decennium de algemene norm is.</P>
<P><STRONG>Focus op vleesminderaars<BR></STRONG>In Nederland mijdt momenteel 4% van de consumenten het eten van vlees, terwijl een aanzienlijke groep van ‘vleesminnaars’ (26,5%) vrijwel dagelijks vlees eet. Daartussen bevindt zich een grote groep van uiteenlopende vleesminderaars (of parttimevegetarieërs). Naar schatting 3 tot 4 miljoen mensen consumeren meerdere dagen per week geen vlees.<BR><BR>Volgens de onderzoekers is juist deze groep van vleesminderaars amper zichtbaar en verdient het aanbeveling het imago van deze groep en haar eetgedrag herkenbaarder te maken. Dat zou de normalisering van vleesloos of vleesarm eten aanmerkelijk bevorderen. Omdat veel consumenten vaak onzeker blijken te zijn over de relatie tussen vlees eten en gezondheid, is heldere communicatie over de gezondheid van vleesconsumptie belangrijk.<BR><BR>Wanneer de overheid zich in haar communicatie richt op de grote middengroep van vleesminderaars, kan ze die groep de wind in de rug geven door ze bijvoorbeeld te promoten als de “BOB” van het duurzaam consumeren.</P>
<P><STRONG>Kansrijke marktstrategieën voor verduurzaming<BR></STRONG>In de studie is een aantal kansrijke vermarktingsstrategieën geïnventariseerd dat ons ‘carnivore’ eetpatroon in meer duurzame richting helpt ombuigen. Hierbij valt te denken aan hybride vleesproducten (waarbij een deel van het vlees is vervangen door plantaardige ingrediënten) en aan innovatieve vleesarme of vleesloze maaltijdconcepten die echter niet primair als vleesvervangers worden gepresenteerd. Maar ook verdere uitbreiding van de markt voor biologisch vlees is een optie. Bij biologisch vlees spelen weliswaar discussies over de milieueffecten, maar de aandacht die door deze vleesproducten wordt gevestigd op productieproceswaarden (zoals duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselzekerheid) zal de maatschappelijke bewustwording bevorderen over de wereld achter het voedselproduct.</P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Rol van plantenleven voor mondiaal klimaat nauwkeurig bepaald</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/P036.htm</link><pubDate>Tue, 06 Jul 2010 13:27:27 GMT</pubDate><guid>{06744A26-C6DF-4998-A6DC-A75F93CC84AC}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Nieuwe data over koolstof in de atmosfeer leiden tot betere modellen</STRONG></P>
<P><STRONG>Onderzoekers van achttien wetenschappelijke instellingen hebben uit observaties en berekeningen de nauwkeurigste cijfers tot nu toe vastgesteld van de omvang van de CO2 uitwisseling  tussen het wereldwijde plantendek en de atmosfeer. Zij komen tot de slotsom dat alle landvegetaties samen jaarlijks 123 petagram koolstof (ofwel 123 miljard ton koolstof per jaar) vastleggen. De auteurs, waaronder Elmar Veenendaal van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, denken met de nieuwe data bestaande klimaatmodellen verder te kunnen verfijnen, zo melden zijn in <EM>Science Express</EM> van 8 juli.</STRONG></P>
<P>In de koolstofkringloop leggen planten met behulp van zonlicht koolstofdioxide uit de atmosfeer vast in biomassa. Hoeveel kooldioxide er door planten op het land wordt vastgelegd door fotosynthese, de bruto primaire productie, was tot nu toe niet heel nauwkeurig bekend. Desondanks vormden die cijfers een van de factoren in klimaatmodellen en is het cijfer van belang bij prognoses over koolstofopname uit de atmosfeer Een onderzoeksteam onder leiding van het Max Planck Institute for Biogeochemistry in Jena maakte op basis van waarnemingen en metingen een nieuwe berekening. Zij komen ongeveer op dezelfde waarden uit dan de bestaande cijfers, maar kunnen met meer zekerheid de juistheid ervan garanderen. <I style="mso-bidi-font-style: normal"><SPAN lang="NL" style="FONT-FAMILY: Arial; mso-ansi-language: NL"><?xml:namespace prefix = "o" ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p><FONT color="#000000" size="3"> </FONT></o:p></SPAN></I></P>
<P align="center">
<TABLE class="MsoTableGrid" style="BORDER-RIGHT: medium none; BORDER-TOP: medium none; BORDER-LEFT: medium none; BORDER-BOTTOM: medium none; BORDER-COLLAPSE: collapse; mso-border-alt: solid windowtext .5pt; mso-yfti-tbllook: 480; mso-padding-alt: 0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-border-insideh: .5pt solid windowtext; mso-border-insidev: .5pt solid windowtext" cellSpacing="0" cellPadding="0" border="1">
<TBODY>
<TR style="mso-yfti-irow: 0; mso-yfti-firstrow: yes; mso-yfti-lastrow: yes">
<TD style="BORDER-RIGHT: windowtext 1pt solid; PADDING-RIGHT: 5.4pt; BORDER-TOP: windowtext 1pt solid; PADDING-LEFT: 5.4pt; PADDING-BOTTOM: 0cm; BORDER-LEFT: windowtext 1pt solid; PADDING-TOP: 0cm; BORDER-BOTTOM: windowtext 1pt solid; BACKGROUND-COLOR: transparent; mso-border-alt: solid windowtext .5pt" vAlign="top">
<P class="MsoNormal" style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><FONT color="#000000"><I style="mso-bidi-font-style: normal"><SPAN lang="NL" style="FONT-SIZE: 10pt; FONT-FAMILY: Arial; mso-ansi-language: NL">Landvegetaties leggen jaarlijks 123 miljard ton koolstof vast.</SPAN></I><I style="mso-bidi-font-style: normal"><SPAN lang="NL" style="FONT-FAMILY: Arial; mso-ansi-language: NL"><o:p></o:p></SPAN></I></FONT></P></TD></TR></TBODY></TABLE></P>
<P class="MsoNormal" style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt; mso-list: none; mso-list-ins: niess002 20100706T1523"><I style="mso-bidi-font-style: normal"><SPAN lang="NL" style="FONT-FAMILY: Arial; mso-ansi-language: NL"><o:p><FONT color="#000000" size="3"></FONT></o:p></SPAN></I></P>
<P>De auteurs van het artikel in <EM>Science Express</EM> benadrukken dat de bruto  koolstofopname in ecosystemen op het land het grootst is in tropische bossen. Die zijn verantwoordelijk voor 34  procent van de CO2-opname uit de atmosfeer. Savannes, die een tweemaal zo groot landoppervlak bestrijken, nemen 26 procent van de mondiale kooldioxide-opname voor hun rekening. Dit onderstreept het belang van dit juist minder goed onderzochte systeem.</P>
<P><STRONG>Neerslag<BR></STRONG>Het onderzoeksteam vond ook dat neerslag voor een groot deel bepaalt hoeveel koolstof planten vastleggen via fotosynthese. Voor meer dan 40 procent van de begroeide regio's speelt neerslag een sleutelrol, zodat de beschikbaarheid van water van belang is om de voedselproductie veilig te stellen. Tot nu toe overschatten klimaatmodellen de invloed van regen op de wereldwijde opname van kooldioxide.</P>
<P>In de toekomst moet de studie nauwkeuriger scenario's opleveren van de manier waarop de opwarming van het wereldklimaat leidt tot uitwisselingen van koolstof tussen vegetaties van de diverse ecosystemen en de atmosfeer.</P>
<P>Artikel in <EM>Science Express:</EM> Christian Beer e.a.: Terrestrial gross carbon dioxide uptake: Global distribution and co-variation with climate. </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Broeikasgasemissies uit Nederlandse landschappen</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Broeikasgasemissies_uit_Nederlandse_landschappen.htm</link><pubDate>Mon, 05 Jul 2010 11:50:15 GMT</pubDate><guid>{4B5A457C-91C9-4CBF-9432-CED99DC8F534}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Vanavond presenteert Eddy Moors, klimaatonderzoeker bij Alterra Wageningen UR, op het terras van hotel de Wageningse Berg het eerste exemplaar van het tijdschrift Landschap dat geheel gewijd is aan het thema mitigatie. Dit nummer wordt aangeboden aan Wim van Vierssen als voorzitter van het bestuur van het onderzoekprogramma Klimaat voor Ruimte. Broeikasgasemissies uit het landschap vormen het belangrijkste thema.</STRONG></P>
<P>Landgebruik bepaalt in grote mate de emissie van de broeikasgassen koolzuurgas (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) uit het Nederlandse landschap. Landgebruik is een atypische bron, omdat zowel emissie als opname van de drie belangrijkste broeikasgassen plaatsvindt. Dit onderscheidt landgebruik van andere sectoren zoals transport en energie. In Nederland komt ongeveer 10% van alle emissies uit landgebonden bronnen en nog eens 5% uit de aan het landgebruik verbonden activiteiten.</P>
<P>In het kader van het Klimaatverdrag van de VN hebben de meeste landen zich verplicht om te rapporteren over de omvang van hun broeikasgasemissies. Onder dit klimaatverdrag worden landen voortdurend uitgedaagd om hun emissieberekening te verbeteren en de onzekerheid terug te dringen. Deze acties maken een realistischer aanpak van een gerichte vermindering van emissies mogelijk en vergroten de zichtbaarheid van locale en regionale initiatieven om emissievermindering tot stand te brengen. Zo kan antwoord worden gegeven op de vraag of al ons bos wel koolstof vastlegt, of welke veengebieden methaan dan wel kooldioxide produceren. </P>
<P>De wens om enerzijds emissies van broeikasgassen uit het landschap beter te kwantificeren en anderzijds te verminderen heeft nieuwe kennisvragen meegebracht. Een consortium van Nederlandse onderzoekers heeft binnen het onderzoekprogramma Klimaat voor Ruimte gewerkt aan het verbeteren en verfijnen van de emissieschattingen in tijd en ruimte, het terugdringen van de onzekerheid in de emissiedata van landgebonden ecosystemen en het ontwerpen van maatregelen om de emissies van het landgebruik te reduceren. Klik hier voor meer informatie over deze projecten.</P>
<P><A href="http://klimaatvoorruimte.klimaatonderzoeknederland.nl/nl/25222977-Mitigatie.html" target="_blank">http://klimaatvoorruimte.klimaatonderzoeknederland.nl/nl/25222977-Mitigatie.html</A></P>
<P>De redactie van dit themanummer van Landschap werd gevoerd door Eddy Moors, Ronald Hutjes, Han Dolman, Jan Vermaat, Peter Kuikman en Jerry van Dijk. </P>
<P><A href="http://www.landschap.nl/" target="_blank">http://www.landschap.nl/</A></P>
<P> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Nieuwe vangstadviezen - Haringstand stabiliseert, scholbestand ontwikkelt zich goed</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/vangstadvies010710.htm</link><pubDate>Mon, 05 Jul 2010 09:34:08 GMT</pubDate><guid>{75F518CA-F1FB-4B63-B02D-6D7759CD15A1}</guid><description><![CDATA[<P><FONT class="paragraph_titel_2">Dit is een gezamenlijk persbericht van IMARES, onderdeel van Wageningen UR, en het ministerie Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV)</FONT></P>
<P><STRONG>De druk van de visserij op de visbestanden in de Noordzee is in de afgelopen jaren afgenomen. Vooral schol heeft geprofiteerd van deze afname. Het bestand is flink gegroeid en ligt boven het voorzorgniveau. De haringstand stabiliseert, ondanks een lage aanwas. De toestand van de kabeljauw in de Noordzee is nog steeds zorgelijk. </STRONG></P>
<P>Dit blijkt uit de jaarlijkse adviezen van de wetenschappers van de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (International Council for the Exploration of the Sea of ICES). </P>
<P>Onderzoekers van IMARES, het instituut voor marien ecologisch onderzoek van Wageningen UR,<STRONG> </STRONG> hebben de voorlopige vangstadviezen van ICES gepresenteerd aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de visserijsector en maatschappelijke organisaties. Deze adviezen hebben onder andere betrekking op de bodemvisserij op tong, schol en kabeljauw in de Noordzee, en op de visserij op haring. </P>
<P>Binnen de Europese Unie vindt momenteel een overgang plaats naar visserijbeheer dat bepaald wordt door beheerdoelen op basis van lange termijn maximaal duurzame vangsten (Maximum Sustainable Yield of MSY). Deze overgang is het gevolg van afspraken die er binnen de Verenigde Naties zijn gemaakt om in 2015 de visbestanden te beheren op basis van Maximum Sustainable Yield. In verband met deze overgang geeft ICES advies op basis van een aantal opties: (1) een overgang naar maximaal duurzame vangsten, (2) het huidige beheer op basis van voorzorgniveaus, en (3) beheerplannen voor specifieke soorten. </P>
<P>Het ministerie van LNV verwacht dat de quota in 2011, net zoals in voorgaande jaren, volgens de beheerplannen (optie 3) zullen worden vastgesteld. Hieronder volgen de beoordelingen door ICES van de voor Nederland belangrijkste visbestanden, in relatie tot deze beheerplannen. <BR><BR><STRONG>Noordzee tong<BR></STRONG>De visserijdruk op het tongbestand in de Noordzee is de laatste jaren afgenomen, onder andere door het inkrimpen van de vissersvloot. De volwassen tongstand in 2010 wordt geschat op 33.000 ton. Dat is onder het voorzorgniveau van 35.000 ton. Het huidige vangstquotum (2010) is 14.100 ton. Het quotumadvies voor 2011 op basis van het beheerplan is 13.600 ton.</P>
<P><STRONG>Noordzee schol</STRONG><BR>De stand van de volwassen schol in de Noordzee is de afgelopen paar jaar flink toegenomen en wordt geschat op ongeveer 435.000 ton in 2010. Deze toename is vooral het gevolg van een afname van de visserijdruk door sanering van een deel van de kottervloot. Deze scholstand is ver boven het voorzorgniveau van 230.000 ton. Het huidige vangstquotum is 63.825 ton. Het beheerplan laat een maximale stijging toe van 15% van het quotum, dat neerkomt op 73.400 ton in 2011.</P>
<P><STRONG>Noordzee kabeljauw</STRONG><BR>De kabeljauw bevindt zich al een aantal jaren in de problemen. Pogingen om de kabeljauwstand in de afgelopen jaren te herstellen hebben onvoldoende effect gehad. Hoewel het bestand toegenomen lijkt te zijn sinds het historische dieptepunt in 2006 is het nog steeds zo laag dat de aanwas van jonge vis in gevaar is. Het vangstquotum voor 2010 is 40.300 ton voor de Noordzee, Skagerrak, Kattegat en het Oostelijk Kanaal. <BR>Het quotumadvies op basis van het beheerplan is 32.240 ton. Om het bestand weer zo snel mogelijk binnen veilige biologische grenzen te krijgen moet de vangst volledig stopgezet te worden.</P>
<P><STRONG>Noordzeeharing</STRONG><BR>Na een herstel in het begin van deze eeuw daalde de haringstand na 2004. Dit was het gevolg van een geringe aanwas van jonge haring. Jaarlijks worden weliswaar voldoende haringlarven geboren, maar slechts een gering aantal overleeft. Dit heeft mogelijk te maken met veranderingen in het zeemilieu en de gevolgen daarvan voor het voedsel van haring (dierlijk plankton). De stand van de volwassen haring is door verlaging van de visserijdruk gestabiliseerd rond de 1.29 miljoen ton. Het advies op basis van het beheerplan van de EU en Noorwegen is om voor 2011 een vangsthoeveelheid voor de visserij op consumptie haring toe te staan van 188.900 ton. De toegestane vangsthoeveelheid in 2010 is 164.300 ton. </P>
<P><STRONG>Vervolg</STRONG><BR>De visserijbiologen geven de adviezen in juni zodat de Europese Commissie en de lidstaten zo vroeg mogelijk kunnen starten met het voorbereiden van de besluitvorming over de vangstmogelijkheden voor 2011 in de Raad van Visserijministers. De Commissie bespreekt de adviezen met de visserijsector en maatschappelijke organisaties in de Regionale Advies Raad van de Noordzee (Noordzee RAC). In november maakt de Europese Commissie voor een aantal bestanden vangstafspraken met Noorwegen. Eind van het jaar stelt de Raad van Visserijministers de toegestane vangsthoeveelheden voor 2011 vast. Indien de uitkomsten van de Noordzeebemonstering, die in het najaar plaatsvindt, wijzen op grote veranderingen in de visbestanden, dan kunnen de visserijbiologen het advies in oktober herzien. <BR><BR><BR><STRONG>Lees meer:</STRONG></P>
<UL>
<LI>Meer over de Noordzeebemonstering (surveys met onderzoeksvaartuigen):  <A href="http://www.surveyswageningenimares.wur.nl/">www.surveyswageningenimares.wur.nl</A>. 
<LI>Meer over ICES: <A href="http://www.ices.dk">www.ices.dk</A> </LI></UL>
<P>
<HR>

<P></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Mw.ir. J. (Jolanda) Jansen: “Mastitis and farmer mindset. Towards effective communication strategies to improve udder health management on Dutch dairy farms”</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Jansen_070910.htm</link><pubDate>Thu, 29 Jul 2010 12:24:52 GMT</pubDate><guid>{C00EEEE7-23B3-4951-BC33-FEC949A15399}</guid><description><![CDATA[]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Dhr.drs. W.J. (Willem) Ravensberg: “The development of microbial pest control products for control of arthropods: a critical evaluation and a roadmap to success”</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Ravensberg_070910.htm</link><pubDate>Thu, 29 Jul 2010 12:23:42 GMT</pubDate><guid>{795467EA-BF64-4903-A496-3FF2A347D71E}</guid><description><![CDATA[]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Mw. H.M. (Helena) de Albuquerque Ferreira Teles: “Collagen-like block co-polymers with tunable design</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Albuquerque_070910.htm</link><pubDate>Thu, 29 Jul 2010 12:23:42 GMT</pubDate><guid>{81073A12-93D1-412B-BED9-913AD098B8DD}</guid><description><![CDATA[]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Opening academisch jaar</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Openingacademischjaar_060910.htm</link><pubDate>Thu, 29 Jul 2010 11:33:52 GMT</pubDate><guid>{743CEE3D-40EA-43C3-8594-0606C66A474B}</guid><description><![CDATA[<STRONG>De opening van het academisch jaar van Wageningen UR heeft dit jaar als thema ‘de natuur als basis’. Door een zeer snel groeiende wereldbevolking komen steeds meer andere soorten in de verdrukking. Miljarden mensen putten uit natuurlijke bronnen voor voedsel, energie, water en grondstoffen. De natuur en biodiversiteit zijn van grote waarde voor de mens.</STRONG> <BR><BR>Het is dus noodzaak daar verantwoord mee om te gaan. Hoe kunnen we de natuur goed beschermen en slim benutten? Daarover spreken op 6 september 2010, tijdens de openingsceremonie van het academisch jaar, D66-voorman Alexander Pechtold, Kees Slingerland (algemeen directeur van de Environmental Sciences Group van Wageningen UR) en Aalt Dijkhuizen (bestuursvoorzitter van Wageningen UR).
<HR>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Food Valley Conferentie 2010: “Money: Revealing Business Models in Food”</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/FoodValley_071010.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 13:19:32 GMT</pubDate><guid>{1AC868A4-ADF0-400E-AB60-0F9670EF0124}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Hanteren wij nog steeds het juiste verdienmodel? Door het zware economisch tij stellen vele ondernemers deze vraag. Hoewel in algemene zin de foodsector minder averij heeft opgelopen dan veel andere sectoren, is er ook hier sprake van economische turbulentie en slinkende marges. De Food Valley Conferentie, op 7 oktober in CineMec te Ede, biedt onthullende inzichten in de verdienmodellen voor nu en in de toekomst.</STRONG> <A href="/NR/rdonlyres/1AC868A4-ADF0-400E-AB60-0F9670EF0124/110943/101007FoodValleyConferentie2010.jpg" target="_blank"><IMG height="200" alt="" hspace="5" src="/NR/rdonlyres/1AC868A4-ADF0-400E-AB60-0F9670EF0124/110943/101007FoodValleyConferentie2011.jpg" width="250" align="right" vspace="5" border="0" longDesc=""></A></P>
<P>Tijdens economisch zwaar weer hanteren veel ondernemers het verdienmodel ‘Operational Excellence’, waarbij een sterke focus ligt op verdere optimalisatie van de operationele processen. Toch zijn er meer verdienmodellen om in deze tijd een sterke en onderscheidende marktpositie te verwerven en deze in de toekomst te behouden. Tijdens de conferentie passeren diverse praktijkcases van business modellen de revue. Inspirerende sprekers belichten in het bijzonder de premium business, E-business, collectieve en open innovatie modellen. De conferentie biedt een uitgebreid praktijkgericht programma met lezingen en interactieve workshops. En er is volop de gelegenheid tot netwerken en het zelf ervaren van innoviteiten.</P>
<P>De conferentie wordt bezocht door ca. 500 vertegenwoordigers uit de agrifoodsector en het foodgerelateerde bedrijfsleven, vertegenwoordigers van research- en kennisinstellingen, overheidsbestuurders en intermediaire organisaties. Deelnemers uit een groot aantal Europese foodregio’s geven de conferentie een internationale dimensie. </P>
<P><STRONG>Food Valley Award</STRONG><BR>Tijdens de conferentie wordt de Food Valley Award uitgereikt aan een bedrijf dat zich op een innovatieve manier heeft onderscheiden. Eerder mochten Avebe, FrieslandCampina, Provalor, HiFri en Newtricious zich al tot de trotse eigenaars rekenen van deze gerenommeerde foodprijs. </P>
<P><STRONG>Stichting Food Valley</STRONG><BR>De stichting Food Valley stimuleert innovatie in de Nederlandse agrifoodsector op basis van de behoefte van het bedrijfsleven dat ‘het geweten van Food Valley’ vormt. De stichting koppelt kennis en ondernemerschap aan elkaar, waardoor er optimaal gebruik wordt gemaakt van de enorme rijkdom aan food expertise die Nederland kent. </P>
<P><STRONG>Meer informatie</STRONG><BR>Meer informatie over het programma zal binnenkort bekend worden gemaakt via <A href="http://www.foodvalley.nl/" target="_blank">www.foodvalley.nl</A>, de conferentiewebsite en het persbericht. Voor meer informatie en of direct aanmelden kunt u mailen naar: <A href="mailto:conference@foodvalley.nl">conference@foodvalley.nl</A>. De Food Valley Conferentie vindt plaats tijdens de Food4You week (<A href="http://www.food4you.nl/" target="_blank">www.food4you.nl</A>), het kennisfestival over gezond en lekker eten. <BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Procesarchitectuur van interactieve processen</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Procesarchitectuur.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:18 GMT</pubDate><guid>{C608D75A-7C90-4227-9002-8E579941C085}</guid><description><![CDATA[<SPAN><SPAN>De cursus </SPAN><I><SPAN>Procesarchitectuur van interactieve processen </SPAN></I><SPAN>geeft praktische </SPAN><SPAN>handreikingen voor het opzetten van interactieve processen voor beleid én </SPAN><SPAN>uitvoering.<BR></SPAN><SPAN>U bepaalt zelf tijdens de cursus de thema’s waarop we oefenen. Thema’s genoeg </SPAN><SPAN>natuurlijk: we willen in Nederland een goedkopere Ecologische HoofdStructuur die </SPAN><SPAN>in kleur van donkergroen naar lichtgroen kan verschieten. We geven al invulling </SPAN><SPAN>aan het MIRT (Meerjaren-investeringsprogramma Infrastructuur, Ruimte en </SPAN><SPAN>Transport) rondom de clusters van grote steden; klimaatadaptatie maatregelen en </SPAN><SPAN>energielandschappen; een ruimtelijke ordening die goed is voor de werkgelegenheid; </SPAN><SPAN>plannen van aanpak voor krimpgebieden; programma’s in oude wijken die </SPAN><SPAN>integratie bevorderen en preventief zijn voor criminaliteit en armoede, etc. Door </SPAN><SPAN>de inhoudelijke vragen aan opdrachten met verschillende werkvormen te koppelen </SPAN><SPAN>is het productief leren. De resultaten van de cursusdagen zijn immers direct voor </SPAN><SPAN>een concreet probleem in uw werk bruikbaar.<BR><A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Procesarchitectuur/Introductie/">Lees verder</A></SPAN></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Vragenlijstonderzoek</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Vragenlijstonderzoek.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:17 GMT</pubDate><guid>{85726398-757B-4327-8713-9570B3637105}</guid><description><![CDATA[<SPAN>In de cursus zult u het gehele traject van vragenlijstontwerp systematisch </SPAN><SPAN>doorlopen. De nadruk ligt hierbij op het concreet ontwerpen van een vragenlijst, </SPAN><SPAN>gebaseerd op wetenschappelijke kennis en gerelateerd aan de verschillende </SPAN><SPAN>manieren waarop een vragenlijst kan worden afgenomen (face-to-face, telefonisch, </SPAN><SPAN>schriftelijk, online). Zodoende krijgt u meer inzicht in verschillende typen vragen </SPAN><SPAN>en wordt u getraind in het formuleren van vragen en bijbehorende antwoordcategorieën. </SPAN><SPAN>Ook krijgt u handvatten aangereikt waarmee u een vragenlijst kunt </SPAN><SPAN>testen en optimaliseren. Op deze manier leert u ook om een vragenlijst van een </SPAN><SPAN>ander kritisch te beoordelen.<BR></SPAN><SPAN>In de cursus worden korte perioden van uitleg en theorie afgewisseld met </SPAN><SPAN>praktische oefeningen waarin u, aan de hand van een zelfgekozen  onderzoeksvraag, </SPAN><SPAN>werkt aan een concrete vragenlijst. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Vragenlijstonderzoek/Introductie/">Lees verder</A><BR></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Betrouwbaarheid van Modellen, Onzekerheids- en gevoeligheidsanalyse met behulp van “R”</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Cursus_Betrouwbaarheid_van_Modellen_Onzekerheids_en_gevoeligheidsanalyse_met_behulp_van_R_.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:17 GMT</pubDate><guid>{DC439A56-A23E-470D-9930-B449B826B4C7}</guid><description><![CDATA[<P><SPAN>De cursus <I>Betrouwbaarheid van Modellen</I> gaat verder met het werken aan statistische modellen. Onzekerheids- en gevoeligheidsanalyses van modellen zijn belangrijk om de kwaliteit van modeluitvoer te controleren. U krijgt bij het volgen van deze cursus inzicht in het effect van verschillende parameters en inputvariabelen op de modeluitvoer en leert hierdoor om snel en effectief onzekerheidsanalyses uit te voeren. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Onzekerheidsanalyse/Introductie/">Lees verder</A><SPAN><SPAN><SPAN></P></SPAN></SPAN></SPAN></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Creatieve technieken voor interactieve processen</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Creatieve_technieken.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:17 GMT</pubDate><guid>{96D50170-F99E-4023-B81C-A988822EB0D9}</guid><description><![CDATA[<SPAN>De cursus </SPAN><I><SPAN>Creatieve technieken voor interactieve processen </SPAN></I><SPAN>geeft praktische </SPAN><SPAN>handreikingen voor de inrichting en begeleiding van creatieve sessies en </SPAN><SPAN>processen zodat er wél resultaten uit komen. Het resultaat is dusdanig, dat </SPAN><SPAN>ook deelnemers die denken niet creatief te zijn, toch creatief bijdragen aan </SPAN><SPAN>die resultaten.<BR></SPAN><SPAN>Het programma is interactief opgezet, bevat veel oefeningen en heeft voldoende </SPAN><SPAN>flexibiliteit om bepaalde leerdoelen extra te belichten. Deelnemers zullen worden </SPAN><SPAN>gevraagd vraagstukken uit de eigen praktijk in te brengen die met creatieve </SPAN><SPAN>methodes kunnen worden behandeld. Een uitstekende kans om de creativiteit van </SPAN><SPAN>de andere deelnemers te gebruiken voor de oplossing van uw vraagstuk!<BR><A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Creatieve+technieken+voor+interactieve+processen/Introductie/">Lees verder</A></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Stakeholder management</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Stakeholder_management.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:06 GMT</pubDate><guid>{F8C4394F-ADFA-4749-9DA0-8F0288121B2B}</guid><description><![CDATA[<SPAN><FONT size="3"><STRONG>Wageningen: 2, 3 en 4 november, 6 en 7 december 2010<BR>Stakeholder management<BR></STRONG></FONT></SPAN><SPAN><EM><STRONG>Realiseren van veranderingen door het managen van belangen<BR></STRONG></EM><SPAN><BR>In deze intensieve en interactieve cursus werkt u zowel </SPAN><SPAN>aan de inzichten als vaardigheden die nodig zijn voor </SPAN><SPAN>effectief stakeholder management. Daarbij komen ook </SPAN><SPAN>uw eigen houding en gedrag aan bod. Hoe staat u zelf </SPAN><SPAN>in het proces, als projectleider, als belanghebbende? </SPAN><SPAN>Wat zijn alternatieve strategieën?<BR>Na afloop van de cursus heeft u de beschikking over <SPAN>methoden en technieken om stakeholders in beweging </SPAN><SPAN>te brengen richting een gezamenlijk doel. U heeft </SPAN><SPAN>inzicht verkregen in hun posities en belangen en weet </SPAN><SPAN>hoe u ervoor kunt zorgen dat zij in toenemende mate </SPAN><SPAN>in houding en gedrag aan het gezamenlijke doel </SPAN><SPAN>bijdragen.<BR></SPAN><A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Stakeholder+management/Introductie/">Lees verder<BR></A></SPAN></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Veranderen heeft alleen een begin</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Veranderen_heeft_alleen_een_begin.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:16:06 GMT</pubDate><guid>{AC8A5B5C-B3EF-422B-A8BD-B583D068F032}</guid><description><![CDATA[<SPAN><FONT size="3"><FONT size="2"><STRONG>Wageningen: 2 en 3 november 2010<BR></STRONG><SPAN><EM><STRONG>Veranderen heeft alleen een begin</STRONG> </EM></SPAN><SPAN>is een intensieve training die u het gereedschap </SPAN><SPAN>voor ‘verander-vakmanschap’ geeft en die u de ruimte laat ontdekken </SPAN></FONT><SPAN><FONT size="2">om succesvol in te spelen op een veranderende omgeving. <BR><SPAN>In deze twee dagen leert u wat het betekent om </SPAN><SPAN>voorbereid in het hier en nu te zijn, wat voor interactie </SPAN><SPAN>het oplevert als u ‘ja, en’ zegt in plaats van ‘ja, maar’, dat </SPAN><SPAN>cocreëren meer is dan samenwerken en wat er gebeurt </SPAN></FONT><SPAN><FONT size="2">als u binnen uw werkveld vakkundig leert improviseren</FONT>. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Veranderen+heeft+alleen+een+begin/Introductie/"><FONT size="2">Lees verder</FONT></A></SPAN></SPAN></FONT></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Werken met netwerken</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Werken_met_netwerken.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:15:54 GMT</pubDate><guid>{90275278-7028-4E99-B3F5-7A55345F4560}</guid><description><![CDATA[<SPAN>Netwerken en het werken via netwerken is een nieuwe insteek op veranderingsprocessen die zich in de praktijk bewijst. Het is functioneel en effectief als men de juiste benadering kan hanteren. Werken met Netwerken traint mensen die </SPAN><SPAN>in de praktijk of vanuit het beleid netwerken moeten aansturen.<BR><SPAN>De cursus is gebaseerd op de ervaringen met en onderzoek naar netwerken </SPAN><SPAN>in diverse sectoren als ook specifiek in de agro-sector en de groene ruimte. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Werken+met+netwerken/Introductie/">Lees verder</A></SPAN></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Techniques for writing and presenting a scientific paper</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Techniques_for_writing.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:15:53 GMT</pubDate><guid>{46BFD742-CDDC-4160-9AE5-9914290D9889}</guid><description><![CDATA[<SPAN><STRONG><FONT size="3">Write to express, not to impress<BR></FONT></STRONG></SPAN><SPAN>Communicating science is as important to the scientific process as designing and </SPAN><SPAN>conducting the experiment itself. The workshop focuses on essential techniques </SPAN><SPAN>for effective writing and presentation of scientific information.<BR></SPAN><SPAN><BR><STRONG><FONT size="3">Active Learning Format</FONT></STRONG><BR></SPAN><SPAN>To engage you in developing your writing and presentation skills, the workshop is </SPAN><SPAN>in the format of ‘active learning’ - a combination of an informative PowerPoint </SPAN><SPAN>lecture, followed by a practical group task. Tasks involve editing and improving </SPAN><SPAN>sections of a paper, including tables and figures, and creating oral and poster </SPAN><SPAN>presentations. At the end of each task, one member from each group reports </SPAN><SPAN>its activities.<BR><A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Techniques+for+writing+and+presenting+a+scientific+paper/Introductie/">Read more</A></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Opgeruimd denken en presenteren</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Opgeruimd_denken_en_presenteren.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:15:53 GMT</pubDate><guid>{4935B98F-4B95-4318-BD51-D4243BA74B25}</guid><description><![CDATA[<SPAN><SPAN><SPAN><FONT size="3"><SPAN><SPAN><STRONG>WBS cursus Opgeruimd denken en presenteren<BR></STRONG><FONT size="2"><STRONG>Wageningen, 13 en 14 april 2011<BR></STRONG></FONT></SPAN></SPAN></FONT></SPAN></SPAN><BR>Opgeruimd denken en presenteren is ontwikkeld en wordt gegeven door ervaren trainers/tekstschrijvers met veel presenteerervaring én ervaring met het begeleiden van denkprocessen in complexe omgevingen. Ze zijn in staat om met u mee te denken over de inhoud van úw presentatie. <SPAN>U krijgt een zeer praktijkgerichte training waarmee u in uw werk direct aan de slag kunt. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Opgeruimd+denken+en+presenteren/Introductie/">Lees verder</A><BR></SPAN></SPAN>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Denkkracht mobiliseren in teams</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Denkkracht_mobiliseren_in_teams.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:15:40 GMT</pubDate><guid>{846F7378-7BE8-4E55-987B-882FC083EBD0}</guid><description><![CDATA[<P><SPAN><FONT size="3"><STRONG>Wageningen: 25 en 26 november 2010<BR><BR></STRONG><SPAN><FONT size="2">Deze cursus wordt verzorgd in samenwerking met Your Point</FONT></SPAN><BR>
<TABLE cellSpacing="2" cellPadding="0" border="0">
<TBODY>
<TR>
<TD><A href="/NR/rdonlyres/846F7378-7BE8-4E55-987B-882FC083EBD0/75721/YPlogo50mmbreed1200dpi1.jpg" target="_blank"><STRONG><IMG style="WIDTH: 134px; HEIGHT: 150px" height="2841" alt="" src="/NR/rdonlyres/846F7378-7BE8-4E55-987B-882FC083EBD0/75721/YPlogo50mmbreed1200dpi2.jpg" width="2361" border="0"></STRONG></A></TD></TR></TBODY></TABLE><STRONG><BR>In deze intensieve training leert u een doelgerichte aanpak om:<BR></STRONG></FONT></SPAN><SPAN></P>
<UL>
<LI><SPAN>ideeën die ‘in de lucht hangen’ te laten landen en expliciet te maken; 
<LI></SPAN><SPAN>interdisciplinair inhoudelijk aan een project te werken; 
<LI></SPAN><SPAN>van inhoudelijke samenwerking een inspirerend proces te maken; 
<LI></SPAN><SPAN>breed draagvlak en enthousiasme te krijgen voor een project; 
<LI></SPAN><SPAN>een gedachtenproces een concreet document te laten opleveren.</SPAN></LI></UL><A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Denkkracht+mobiliseren+in+teams/Introductie/">
<P>Lees verder</P>
<P></A></SPAN> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>Toegepaste Statistiek</title><link>http://www.wageningenuniversity.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Toegepaste_Statistiek.htm</link><pubDate>Wed, 07 Jul 2010 12:15:40 GMT</pubDate><guid>{FC25A321-B145-4E24-BAB7-C53101CB8A6C}</guid><description><![CDATA[In deze cursus worden algemene principes van statistiek en modellering ingeleid aan de hand van toepassingen uit landbouw- en milieuonderzoek. Wiskundige grondslagen van de gebruikte methoden komen in de cursus beknopt ter sprake. <BR><SPAN><BR>De nadruk zal liggen op toepassing in de praktijk: </SPAN><SPAN>
<UL>
<LI><SPAN>statistische methoden worden aan de hand van voorbeelden besproken. 
<LI></SPAN><SPAN>recente en geavanceerde regressietechnieken voor een modelmatige aanpak worden behandeld bij zowel experimenteel als observationeel onderzoek.</LI></UL>
<P></SPAN></SPAN><SPAN>Tijdens deze cursus mogen deelnemers in hoge mate feedback verwachten. De cursus onderscheidt zich dan ook mede door het maatwerk van de geboden consultancy. <A href="http://www.wbs.wur.nl/NL/Cursussen+en+Opleidingen/Professionele+competenties/Toegepaste+statistiek/Introductie/">Lees verder</A></SPAN></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item></channel></rss>